Fictie

Er is brand!

Op een mooie berg leeft een kleine gemeenschap. Het zijn mooie, hardwerkende mensen, die de vruchtbare grond van die berg tot ontwikkeling brengt. De landbewerkers groeien de mooiste gewassen, de bakkers bakken goudbruine broden, de bouwers versterken de huizen en de opzieners zorgen dat alle grond optimaal bewerkt word. Op gezette tijden komt een krant met vooral foto’s van de mooie omgeving, van de gewassen, van de mensen. iedereen leest de krant, behalve de Raad, die is onafhankelijk. De Raad van de berg houdt vanuit de top toezicht over de hele berg.

Dan gaat er iets mis. Onverwachts ontstaat er een brandje in een van de velden. Dat is bijzonder, want er is nooit brand. De opzieners zijn er snel bij en blussen samen het brandje. Landwerkers komen uit hun huizen en herstellen snel het veld voor het werk weer gaat beginnen. De dag erna is er bijna niks meer van te herkennen, op enkele planten die nu wat verder verspreid staan.

Dan ontstaan er drie brandjes. Kleine brandjes, weer vanuit het niets. De opzieners zijn er snel bij. Landwerkers komen van de andere velden af en helpen mee blussen. Ook de krant heeft lucht geroken en maakt de eerste foto’s. beelden van de brand, het blussen en al het nawerk. De drie velden worden hersteld en de landwerkers gaan terug naar de andere grond om daar ook het werk nog af te maken. Er is wat onrust. De krant wil deze niet negeren, maar plaatst alleen de foto’s van de harder werkende mensen. de toon blijft nog positief.

De krantenjongen fietst weer zijn route. Ditmaal met een extra krant. Hij wijkt af van de regels en fiets door de rook naar de top. Voor de deur van de Raad legt hij een krant. Hij wacht even, klopt op de deur, en fietst dan naar beneden.

De vele volgende weken is iedereen op z’n hoede. De velden zijn minder mooi. De vele brandjes en branden worden geblust of ingeperkt, maar er is bijna geen houden meer aan. Het brood is minder mooi afgebakken, huizen missen daken en lekken, de opzichters zijn dan en nacht aan het rennen en de krant verslaat brand na brand na brand waarin bakkers en bouwers blussen en landbewerkers vermoeid struikelend hun eigen onaangetaste velden bij te houden. Rook stijgt over de gehele berg omhoog en bereikt zelfs de top.

Om de paar weken sprint de krantenjongen omhoog met een extra krant. De krant van de periode ervoor ligt er dan niet meer. En elke keer klopt de jongen op de deur. De laatste keren zelfs onbehoorlijk hard. Een reactie blijft uit, top op een dag… De deur gaat open en de Raad stapt naar buiten. De jongen kijkt op, vol ontzag. Dat is zijn held.

“Er is brand”, stamelt hij nerveus.
“Als dat zo is, moet iemand mij dat komen vertellen”. De Raad pakt de krant, loopt naar binnen en sluit de deur.

You Might Also Like