In een achteraf zaakje in Amsterdam had hij een poster gekocht van ene Lord Leighton. Zelf had hij er nooit van gehoord, maar dat maakte ook niets uit. Het ging toch vooral om de afbeelding op de poster, genaamd Flaming June.
Flaming June was erg vlammend. Ze lag, opgerold te slapen, op een bank, alhoewel, het had ook een bed kunnen zijn. Ze was gekleed in een oranje-gele jurk die zo doorzichtig was, dat haar hele figuur zich duidelijk liet zien. Zo onschuldig en toch zo verleidelijk. Hij zag een tepel doorschemeren door de jurk. Waarschijnlijk om dit kleine accentje had hij de poster gekocht.
Thuis gekomen rolde hij de poster uit en hing hem voorzichtig, met opgerolde plakbandjes aan de achterkant, op. Liggend op zijn bed had hij er goed uitzicht op. Een winterzonnetje haalde de poster net en bescheen de fel gekleurde jurk. Het voelde alsof hij een zonnetje in huis had gehaald.
De maanden gingen voorbij en ook de verschillende kleuren van de poster. Hij had er spijt van dat hij de poster niet ergens anders had opgehangen, waar de zon er niet zo fel op geschenen zou hebben. Mei was ook verdacht zonnig geweest. Juni was in aantocht.
Bij het eerste juni-zonnetje leek de poster weer wat op te leven. Flaming June kreeg wat meer kleur op de wangen. Hij dacht dat het zijn verbeelding was, maar op vragen van vrienden of hij dezelfde poster nieuw had gekocht, bleef hij steeds een antwoord schuldig.
Op een warme juni-nacht kon hij niet slapen. Hij lag te woelen en te woelen in zijn bed. Zelfs het laken had hij afgedaan, het was te warm. Hij liep naar het raam en trok de gordijnen open. De maan scheen fel, de wind waaide naar binnen. Achter zich hoorde hij iets vallen. Omgedraaid zag hij de
poster van Flaming June op de grond liggen. Hij raapte hem op, maar hing de poster niet terug op. De plakbandjes waren uitgedroogd. Hij legde hem op zijn bank. De volgende dag zou hij wel bepalen wat hij met de poster zou doen. Waarschijnlijk zou hij een nieuwe kopen. Op deze was hij wel iets uitgekeken.
Hij ging weer op bed liggen. De gordijnen had hij opengelaten, het laken lag nog op de grond. Het kostte hem veel moeite om in slaap te vallen. Het was te warm.
Een zacht geluid deed hem opkijken. Een schaduw bewoog zich door zijn kamer. Zijn eerste gedachte beangstigde hem enigszins. De schaduw bleef voor het raam staan. Hij herkende het silhouet van een vrouw met een doorzichtig gewaad. Hij richtte zich op en zag het silhouet naar de bank lopen. Ze pakte zijn poster en plakte deze weer op de muur. Hij stond zacht van zijn bed op en liep naar de vrouw. Deze draaide zich langzaam om. Terwijl hij zich afvroeg waar zij vandaan kwam, zag hij dat er iets miste op de poster.
Hij keek de vrouw verbaasd aan, niet in staat te reageren. Zij reageerde wel en liep langzaam naar hem toe. Hij dacht koortsachtig na over wat te doen. Het koortsachtige bleef, maar het denken verdween toen zij hem zacht op zijn lippen kuste. Automatisch opende hij zijn mond iets en de kus werd intiemer. Zij drukte haar lichaam tegen hem aan en hij merkte hoe heftig zijn lichaam daarop reageerde. Vervolgens pakte zij zijn handen en leidde die over haar lichaam. Instinctief wist hij wat er van hem verwacht werd en hij legde haar teder op zijn bed. De liefkozingen werden heftiger en vuriger en het duurde niet lang voor hij iets van het vuur bluste.
Hij schrok wakker van het afgaan van de wekker. Met een blik op het uurwerk wist dat hij er het eerste kwartier doorheen had geslapen. Hij vermoedde dat dat kwam omdat hij laat naar bed was gegaan. In ieder geval had hij diep geslapen, want hij kon zich niet veel meer herinneren.
Hij sprong op en rende naar de badkamer. Hij nam nauwelijks de tijd om uitgebreid te douchen. Snel werkte hij twee boterhammen naar binnen en pakte zijn boeken bij elkaar. Een zuchtje wind kwam door zijn kamer. Achter zich hoorde hij iets vallen. Omgedraaid zag hij de poster van Flaming June op de grond liggen. Hij raapte hem op, maar hing de poster niet terug op. De plakbandjes waren uitgedroogd. Hij legde hem op zijn bank. Hij pakte zijn rugzak, liep de deur uit en sloot hem af. Met de sleutel in het slot en een frons op zijn gezicht bleef hij staan. Hij ontsloot de deur weer en keek bevreemd naar de poster. Hij had het gevoel dat hij iets vergeten was.
Plots herinnerde hij het zich. Terwijl hij de deur weer afsloot en zich naar zijn college haastte, bedacht hij dat hij niet moest vergeten om plakband te kopen.
14 April 1996
