Fictie

Noodkreet in zand

De noodkreet waait wervelend over de witte zandvlakte. Lijnen en golven van zand tillen de schreeuw op en verbergen hem weer. Dan kruipend als een slang glijdt de kreet terug langs een schoen en verdwijnt bij de enkels. Tussen witte opeenhopende lijnen zijn nu nog zwarte sokken zichtbaar. De hakken zitten niet in het zand, de neuzen duwen een afdruk in de grond. Een veter wappert nog tussen grond en schoen door, tikkend tegen de schoenen waar lokaal het zand weggeslagen wordt en weer neervalt.

Het lichaam ligt voorover. Het profiel van de schoenen is gevuld, deels volledig bedekt waar de neuzen het zand binnen dringen. De broek is van binnen en buiten al doorweekt met zand. Dun zand, fijn zand, glanzend zand, dof zand. Gewoon zand. In de naden staat het zand, de vouwen vullen en maken een ruispatroon als print. De ruimte tussen de twee broekspijpen is volgelopen, de broekzakken achter zijn nog herkenbaar. De glanzende stof van een jas wappert op de rug, het zand heeft daar geen houvast. Ook de haren wapperen in de wind als gras in een veld. Restanten van wanhoop en angst zijn erin verkleefd.

Van het gezicht is slechts nog de helft zichtbaar. De mond, open in een wanhoopschreeuw, is volgelopen als een zandloper die het einde aftelt. Zand is vastgeplakt aan het restant oogvocht, waarbij de grote gewimperde bruine vlakken een ontzield beeld geeft. Alles is bedekt en verzand. Een hand is nog zichtbaar, de vingers krampachtig gekromd naar beneden met de nagels gescheurd en versleten in het harde zand gegraven. Het zand waait erdoor.

Als je afstand neemt van het lichaam, ver afstand, zie je vaag in het zand nog een gegraven noodkreet. De laatste energie is daarin gegaan en verdwijnt met de letters achter de zandlijnen aan.

You Might Also Like